Ga naar de homepage Abonneer u op onze nieuwsbriefHandige linksWebsite overzichtWie werkten mee aan deze site
Zoek op de site
Problemen met horen
Duizeligheid / Ménière
Organisatie
Vergoedingen 2010
Actueel
Discussie
NVVS
Kies lettergrootte
tekstgrootte: kleintekstgrootte: mediumtekstgrootte: groot
illustratie linkerzijde
U bent hier: Welkom / Problemen met horen / Volwassenen en slecht horen / Over slechthorendheid / Omvang van hoorproblemen in Nederland /

 Omvang van hoorproblemen in Nederland

TNS-NIPO, november 2005:1,4 miljoen slechthorenden in Nederland waarvan ca. 1/3 hoortoestelgebruiker.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2000:In 2000 380.000 tot 630.000 hoortoestelgebruikers (afhankelijk van de bron)groeiend in 2020 naar minimaal 523.000 tot maximaal 867.000 zie ook http://www.rivm.nl/vtv/object_class/kom_gehoorstoornis.html
TNO-inventarisatie, o.a. gebaseerd op CBS-onderzoek, 1995: Omvangspercentages van slechthorendheid variëren van 4,5 tot 11,4% van de totale bevolking. In 1994 zijn er naar schatting minimaal 675.000 en maximaal 1,3 miljoen personen met een gehoorbeperking.
Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO), 2003:Op basis van epidemiologische bevolkingsonderzoeken wordt een prevalentie voor lawaai- en ouderdomsslechthorendheid gegeven van bijna 1,5 miljoen in 2000. Sociaal-demografische projecties laten zien dat dit aantal zal toenemen met 35-34%, hoofdzakelijk als gevolg van het feit dat slechthorendheid vooral bij ouderen voorkomt.
Afhankelijk van de leeftijdsgroep is de verdeling globaal als volgt:

%
absoluut bij 1,5 mln sh
zeer ernstig 3 45.000
inclusief ernstig 33 495.000
inclusief matig 44 660.000
inclusief licht 100 1.500.000
 
Er zijn verschillende definities mogelijk van doof en slechthorend. Doorgaans worden de volgende definities gehanteerd:
·         doof / zeer ernstig slechthorend: gehoorverlies groter dan 90 dB; iemand die (ook) met een hoortoestel geen harde geluiden zoals een claxon dan wel wat er gezegd werd in een gesprek met één persoon kan horen;
·         ernstig slechthorend: gehoorverlies van 55-90 dB; iemand die alleen met een hoortoestel harde geluiden zoals een claxon of wat er in een gesprek met één persoon gezegd werd kan horen (maar niet met hoortoestel kan verstaan wat er in een gesprek met minstens vier personen gezegd wordt);
·         matig slechthorend: gehoorverlies van 40-55 dB; iemand die alleen met een hoorapparaat kan verstaan wat er gezegd wordt in een gesprek met minstens vier personen;
·         licht slechthorend: gehoorverlies van 25-40 dB; iemand die enige moeite heeft met horen.

Er zijn in Nederland circa anderhalf miljoen slechthorenden, gemiddeld één op de tien Nederlanders heeft moeite met horen. Maar de kans op slechthorendheid neemt toe met het ouder worden. Rond het zestigste levensjaar heeft bijvoorbeeld één op de vijf mensen hoorproblemen. Eén op de vier zeventigers hoort niet meer zo goed en onder tachtigers en ouder heeft zelfs de helft last van een verminderd gehoor.

print dit item Print dit item