Toegankelijkheid van (sport-)clubs
|
|
Het stimuleren van het zelfvertrouwen en het aanleren van sociale vaardigheden zal een belangrijk deel van de opvoeding van slechthorende kinderen moeten zijn. Meedoen op een club of sportvereniging kan hiervoor een grote stimulans betekenen.
De belangrijkste persoon voor het al dan niet slagen van het meedoen op een club is de begeleider of coach. Deze zal er op moeten toezien dat er volledige acceptatie is, dat er bijvoorbeeld niet wordt gepest.
Maar de betrokkenheid van de vereniging en de ouders is ook essentieel. Er zal goed moeten worden besproken waar de beperkingen liggen. Afhankelijk van de leeftijd kunnen de ouders een gesprek hierover houden en bijvoorbeeld een lijstje met de volgende tips overhandigen:
- Vertel van tevoren aan de groep dat het kind slechthorend is.
- Vertel dat hoorapparatuur een hulpmiddel is en van een slechthorend kind geen horend kind maakt.
- Accepteer nooit en te nimmer pestgedrag.
- Let er bij bepaalde sporten op dat de hoorapparatuur wordt afgedaan (bijvoorbeeld zwemmen) en juist bij andere sporten of activiteiten dat het goed wordt gebruikt (solo-apparatuur).
- Als u iets tegen het slechthorende kind of de groep wil zeggen zorg er dan eerst voor dat bet kind naar u kijkt.
- Spreek rustig, niet te snel en niet te langzaam.
- Bij het praten is het belangrijk dat uw mond zichtbaar is.
- Gebruik altijd de natuurlijk gebaren en bewegingen bij de instructie (niet overdrijven dus).
- Controleer of het kind de opdracht goed uitvoert (dan pas bent u zeker of de opdracht goed begrepen is).
- Als een slechthorend kind de opdracht niet goed begrepen heeft, moet het niet te zwaarwichtig behandeld worden. Leer het kind om over vergissingen te lachen (geef schaamte gevoelens geen kans).
- Stimuleer het kind zoveel mogelijk te vragen ook al heeft u het druk (het kind kan zo de eigen onzekerheid overwinnen).
- Maak zoveel mogelijk gebruik van de kwaliteiten die het slechthorende kind wel heeft.
- Leeftijdgenootjes of iets oudere kinderen vinden het vaak leuk om iemand met een handicap te helpen. Overdrijf het niet.
- Beperk de extra aandacht voor het kind tot zaken die te maken hebben met de slechthorendheid; het kind moet niet in een uitzonderingspositie komen.
|