Ga naar de homepage Abonneer u op onze nieuwsbriefHandige linksWebsite overzichtWie werkten mee aan deze site
Zoek op de site
Problemen met horen
Duizeligheid / Ménière
Organisatie
Vergoedingen 2010
Actueel
Discussie
NVVS
Kies lettergrootte
tekstgrootte: kleintekstgrootte: mediumtekstgrootte: groot
illustratie linkerzijde
U bent hier: Welkom / Vergoedingen 2010 / Landelijke projecten FOSS / Knelpunten met De Rugzak / De herindicatie /

 De herindicatie

Iedere leerling die ingeschreven staat bij het speciaal onderwijs moet iedere twee jaar geherindiceerd worden. Bij deze herindicatie worden dezelfde indicatiecriteria gehanteerd. De FOSS vindt dit een onjuist uitgangspunt, want dit betekent bijvoorbeeld dat als een ESM-kind baat heeft bij de extra ondersteuning, dit kind de dupe kan worden van een succesvolle vooruitgang. En dan voldoet het bij de herindicatie dus niet meer aan de criteria, waardoor het verblijf op de speciale school wordt beëindigd of de ambulante begeleiding op de reguliere school wordt stopgezet.

Dit beleid is volstrekt onredelijk, want als er vooruitgang wordt geboekt hoeft dit nog helemaal niet te betekenen dat het kind het zonder LGF kan redden. Het risico is groot dat de goede ontwikkelingen bij het kind snel weer teniet gedaan worden. Van verschillende kanten wordt aangegeven dat de herindicatie een kolossale bureaucratie met zich mee heeft gebracht. Van de kant van degene die de onderzoeksverslagen moeten maken, tot degene die dit weer moeten beoordelen en op hun beurt weer moeten verantwoorden. Dit heeft geleid tot grote wachtlijsten voor onderzoek, tot professionals die geen onderzoek meer willen doen voor de rugzakindicatie, en tot een onzekere toekomst voor ouders en kinderen. De kosten van deze bureaucratie zijn bovendien enorm hoog.

Naar aanleiding van het Kamerdebat zijn er enkele aanpassingen afgedwongen, onder andere ook m.b.t. de herindicatie. Deze aanpassingen zijn opgenomen in de nieuwe "Regeling indicatiecriteria LGF" van het ministerie van onderwijs (31 maart 2004).

Een duidelijke verbetering ten opzichte van de oude regeling is dat er gebruik gemaakt mag worden van onderzoeksgegeven die ouder zijn dan 1 jaar.  Het is dus niet altijd nodig om nieuw onderzoek te verrichten naar de stoornis.

In artikel 15 van de nieuwe regeling is bepaald dat als leerlingen door de stoornis of handicap een structurele beperking in de onderwijsparticipatie hebben, maar op zich niet voldoen aan de criteria, zij toch in aanmerking kunnen komen voor een indicatie. Dit is de zogenaamde beredeneerde afwijking waarvan de Kamerleden hebben gezegd dat dit ruimer zou moeten worden toegepast. 

print dit item Print dit item