|
De verzamelnaam voor de door medicijnen veroorzaakte hoorproblemen is ototoxiciteit. Een medicijn is ototoxisch wanneer het de functie van het binnenoor aantast. Dit kan drie effecten hebben: gehoorverlies, oorsuizen en `aanvallen van duizeligheid met misselijkheid en braken`. De veroorzaakte hoorproblemen kunnen tijdelijk (reversibel) zijn, of blijvend (irreversibel). Bij sommige medicijnen kunnen ook na stoppen met het middel nog hoorproblemen ontstaan. Hieronder leest u welke hoorproblemen kunnen ontstaan en welke factoren van invloed zijn.
Oorsuizen en gehoorverlies Sommige medicijnen kunnen het slakkenhuis (cochlea) in het binnenoor beschadigen. Dit wordt ook wel het cochleotoxisch effect genoemd. Het kan leiden tot oorsuizen en gehoorverlies. Meestal begint het gehoorverlies met de hogere tonen (frequenties). Veel mensen ervaren eerst oorsuizen en vervolgens gehoorverlies. Een officiële maatstaf is er nog niet, maar in de praktijk noemt men een medicijn ototoxisch bij een tweezijdig gehoorverlies van minimaal 10 dB bij verschillende toonhoogtes (frequenties). Sommige bronnen leggen de grens bij 20 dB.
Draaiduizeligheid, misselijkheid en braken Sommige medicijnen kunnen het evenwichtsorgaan in het binnenoor aantasten. Dit leidt tot acute aanvallen van draaiduizeligheid, misselijkheid en braken. Het wordt ook wel het vestibulotoxisch effect genoemd.
|