Gehoorverlies speelde een grote rol Beethovens oeuvre

Publicatiedatum: 06 januari 2012

Gehoorverlies heeft een belangrijke rol gespeeld in de composities die Ludwig von Beethoven tijdens zijn leven schreef. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam beschrijven drie verschillende stijlen in Beethovens werk.

Slechthorend en tinnitus
De eerste keer dat Beethoven (1770-1827) zijn gehoorverlies noemde, was in een brief aan de arts Franz Wegeler in 1801: `In de laatste drie jaar is mijn gehoor steeds zwakker geworden. In het theater moet ik dicht bij de orkestleden gaan staan om ze te kunnen horen en vanaf een bepaalde afstand hoor ik de hoge tonen van de instrumenten of de zangers niet meer. Ook heb ik soms moeite met het verstaan van mensen, vooral als ze zacht spreken. Ik hoor wel geluid, maar versta geen woorden. Maar als iemand schreeuwt kan ik daar niet tegen.` Naast het feit dat hij in de loop van de tijd steeds minder gaat horen, schrijft hij ook dat hij last heeft van tinnitus. ´Katoen in mijn oren bevrijdt me tijdens een pianoforte van onaangenaam zoemen. Mijn gehoorverlies, een duivel die zich in mijn oren vestigt.´

Drie stijlen
Beethoven was ongeveer 30 jaar toen hij deze brief schreef over zijn veranderende gehoor. Onderzoekers van de UvA ontdekten dat niet alleen zijn gehoor veranderde maar tegelijkertijd ook zijn composities. De muziekstukken die hij op jongere leeftijd schreef, bevatten veel verschillende hoge noten. Maar in de composities na zijn dertigste vertrouwde Beethoven meer op de midden en lage tonen. De hoge tonen kon hij, zoals hij schreef, steeds minder goed horen.
Toen zijn gehoor helemaal achteruit ging, componeerde hij meer en meer muziek in zijn hoofd en kwamen de hoge noten weer terug uit zijn geheugen. Componist Richard Wagner (1813-1883) was lyrisch over het latere werk van Beethoven, juist vanwege diens doofheid. `Een openbaring van een andere wereld`, noemde hij het. Beethoven werd volgens hem door zijn doofheid afgeschermd van de rumoerige buitenwereld en min of meer gedwongen in zijn innerlijke wereld te leven. En daar werden volgens Wagner prachtige stukken uit geboren.

Nederlands onderzoek
Beethovens gehoorverlies en de invloed hiervan op zijn muzikale werk is in het verleden vaak onderzocht. Meestal ging de aandacht van deze onderzoeken uit naar wat hij waarschijnlijk nog kon horen. De onderzoekers van de UvA richtten hun aandacht meer op wat Beethoven schreef in plaats van wat hij had kunnen horen. Er werden verschillende strijkkwartetten geanalyseerd op het gebruik van hoge tonen. Het gebruik van hoge tonen neemt in de periode 1798-1801 af en neemt weer toe rond 1824-1826, de tijd van Beethovens complete doofheid. De hypothese is dat Beethoven door zijn steeds verder vorderende doofheid meer lagere tonen ging gebruiken omdat hij die nog kon horen als zijn werk werd uitgevoerd. Toen hij tenslotte volledig doof was, had hij niets meer aan deze muzikale feedback en moest hij weer vertrouwen op de muzikale wereld in zijn hoofd. De onderzoekers geven wel aan dat hun resultaten absoluut niet volledig zijn, omdat ze slechts gebruik hebben gemaakt van een paar composities en niet een volledig overzicht van de reikwijdte van Beethovens werk.